Beluister deze pagina met proReader

Sybilla Dekker pleit voor een herkenbare eigen identiteit van een gemeente

vrijdag 26 februari 2010

 

Sybilla Dekker is voormalig minister van Volkshuisvesting Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer voor de VVD. Ook al is zij de 65 al gepasseerd, is zij nog op vele fronten actief.  Zo bekleedt zij diverse commissariaten o.a. bij DHV Groep, de Bank Nederlandse Gemeenten en inmiddels ook als voorzitter Raad van Toezicht bij het Kadaster. Daarnaast is zij voorzitter van diverse organisaties o.a. Talent naar de Top.

 

Aanleiding voor het interview met Sybilla Dekker is het vraagstuk van de bevolkingskrimp. Duidelijk is dat er in Nederland sprake is van bevolkingskrimp. Dit heeft grote gevolgen voor het landelijke en lokale beleid, vooral met betrekking tot de bouw van woningen. En omdat Sybilla Dekker  juryvoorzitter is van de Zuid Holland prijs, een prijs voor innovatieve ideeën voor verbetering van de leef- en woonomgeving.

Het was de bedoeling dat het interview over de bevolkingskrimp zo gaan, maar uiteindelijk kwamen in het gesprek meerdere aspecten van het woningbouwbeleid aan de orde.

 

Onder de verantwoordelijkheid van mevrouw  Dekker is de Nota Ruimte tot stand gekomen, een nota waarin heldere keuzes werden gemaakt over het ruimtelijk beleid. Het uitgangspunt van de Nota Ruimte laat zich in één zin samenvatten: Centraal wat moet en decentraal wat kan. Voor lokale overheden levert dit op bepaalde punten meer vrijheid op.

 

De nota ruimte en de nieuwe wet ruimtelijke ordening bieden de gemeenten meer mogelijkheden om hun eigen beleid te voeren op het gebied van ruimtelijke ordening. Belangrijk hierbij is wel, volgens mevrouw Dekker, dat een gemeente (of regio) hierbij een integrale aanpak kiest, waarbij meerdere aspecten van ruimte aan de orde komen. De boodschap van Sybilla Dekker is simpel. Maak als gemeente een eigen visie, uitgaande van je eigen kracht en hou rekening met de omliggende gemeenten. Wat in de eerste plaats belangrijk is, is dat je aantrekkelijk bent voor je eigen inwoners. Wat maakt het leuk om in Hillegom te wonen? Kijk waar je gemeente zich  onderscheidt van (buur)gemeenten en ga niet op meerdere paarden wedden. Als voorbeeld voerde zij de gemeente Den Haag op. Die gemeente heeft er uiteindelijk  voor gekozen om beter te benutten dat er veel internationale organisaties zijn gevestigd  en afficheert zich nu met succes als internationale stad aan zee. 

 

Ook Hillegom zou zo een eigen identiteit moeten ontwikkelen.  De gebiedsuitwerking Haarlemmermeer- Duin en Bollenstreek is onder haar ministerschap tot stand gebracht. Het ging om een duidelijke opdracht aan de provincies Zuid- en Noord-Holland om ruimte te zoeken voor de bouw van 30.000 woningen. Voor Hillegom bleef er  een bouwopgave over van 1500 woningen.  De vraag is of dit, gelet op de verwachte bevolkingskrimp, nog wel noodzakelijk is. Mevrouw   Dekker stelt dat bevolkingskrimp op dit moment aan de orde is in het Zuiden en Noorden van Nederland en vooralsnog niet in de Randstad, waar Hillegom ook deel van uit maakt. Zij zou in dit verband niet over bevolkingskrimp, maar over een mogelijke stagnatie van de bevolking willen spreken. Dit kan ook gevolgen hebben voor de bouwplannen. Ook een stagnatie maakt het noodzakelijk dat buurgemeenten intensiever gaan samenwerken.

 

Sybilla  Dekker betreurt het dat het niet gelukt is om de huurliberalisatie te realiseren. Het is een feit dat er in principe voldoende goedkope huurwoningen zijn in Nederland, vooral in de grote steden. Het is echter zo, dat daar niet altijd de mensen in wonen die daarvoor in aanmerking zouden moeten komen in verband met hun inkomen. Dit wordt “scheefwonen” genoemd. Dit kan worden opgelost door huurharmonisatie, waarbij er een inkomenstoets wordt ingevoerd   en zo nodig een hogere huur in rekening wordt gebracht. De gesloten woningmarkt blijft vooralsnog een probleem, waar de lokale overheid geen mogelijkheden heeft tot veranderingen.

Desgevraagd stelt Sybilla Dekker dat een gemeente wel mogelijkheden heeft om langdurige leegstand aan te pakken.

 

Leegstand komt overigens niet alleen voor in regio’s waar sprake is van krimp. De gemeente zou moeten nagaan wie de eigenaars zijn van de gebouwen en daarmee in overleg treden om een zinvolle bestemming te geven. Vanuit de gemeente is een proactieve benadering gewenst. Niet bij voorbaat stellen dat “iets niet kan”, maar dat het wel kan.  Als je weet welke kant je op wilt met je gemeente, kan je  ook beleid maken om leegstand aan te pakken en bijvoorbeeld de ontwikkeling van deze gebouwen, vorm geven. 

 

 





print pagina Mail een vriend

Inhoudsopgave


Nieuwsbrief D66 Hillegom

Aanmelden voor onze nieuwsbrief

 

 



online netwerken

Lokaal


Landelijk